Polarpx / Shutterstock

Monoloog van een kamerplant die zich verkneukelt over een uitgedroogde buitenplant

Daar sta je dan. Recht onder de zon. Loodrecht onder de zon. Zonder tussenkomst van glas of iets anders. Puur alleen jij en de zon. De zon, van wie je zo ontzettend houdt. Toch?

Hoe vaak heb je mij niet uitgelachen? Ik achter glas, jij in de frisse buitenlucht. Ik afhankelijk van mijn meesteres. Jij enkel afhankelijk van het weer. Wat als mijn meesteres me zou vergeten? Wat als ze op vakantie zou gaan en me eenzaam zou achterlaten om te sterven? Hoe vaak heb je mij dit niet voorgehouden? Kun je je dit nog herinneren? Of ben je het vergeten? Heb je geen energie meer voor herinneringen?

Ontvang uw dagelijkse dosis betrouwbaar nieuws via Whatsapp

Ik zal voor je terughalen hoe het ooit was. Niet zo lang geleden zwaaide je fier met de wind mee. Je bladeren nog groener dan Jesse Klaver, je steel zo bruin, het mooiste bruin, het leek wel ebbenhout. Je bloembladeren waren de fijnste van de hele buurt. Flinterdun en toch zo sterk. En die geur! Alle meisjes kwamen naar je toe om aan je te ruiken. En dan waren ze voor even weer gelukkig.

Diezelfde meisjes lopen je nu voorbij alsof je niet bestaat. En als je al opmerken trekken ze een vies gezicht. Vroeg of laat komt iemand langs die voor je gaat staan en zijn broek openritst. ‘Zo krijgt ie nog tenminste nog wat water,’ wordt lachend geroepen. Ik zal toekijken vanachter glas. Ik ben een kamerplant, dat is wat ik doe. Ik kijk toe vanachter glas hoe jij verdort.
Ik zie dat mijn meesteres en haar gieter eraan komen. Dag buitenplant. Het was me een genoegen.


Uw reactie telt. Juist nu.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.