Studio Speld

We kenden al de taalnazi en de taalpurist, maar welke soorten zijn er nog meer?

In discussies over taal voeren taalnazi’s en taalpuristen vaak het hoogste woord. Je zou daarom haast denken dat er geen andere taalideologieën bestaan. Fout! Er bestaan heel veel andere taalideologieën. Hieronder de meest voorkomende.

Taalmarxist: alle woorden zijn gelijk en hebben zodoende dezelfde betekenis. De woorden ‘gieter’ en ‘prostaatproblemen’ zijn inwisselbaar.

Taalpopulist: alleen woorden die worden aangehangen door de meerderheid zijn correct. Alle andere woorden moeten ophoepelen naar hun eigen land, bij voorkeur Marokko of Turkije.

Taalmonarchist: de koning bepaalt welke woorden correct zijn en welke niet. ‘Apopopologies’ is voor taalmonarchisten een correct Engels woord.

Taalstalinist: woorden die in ongenade vallen bij Onze Taal verdwijnen van de een op de andere dag spoorloos. Dat kunnen ook willekeurige woorden zijn waarvan niemand snapt wat ze fout hebben gedaan, zoals ‘groen’ en ‘wolk’. Er zijn geruchten over taalkampen in Siberië.

Taalsociaaldemocraat: de samenleving bepaalt samen welke woorden correct zijn of niet. Dit gaat door middel van goed overleg en er wordt niemand buitengesloten, ook rappers niet. Extreme ideeën over woorden worden veroordeeld. Het liefst door een commissie of een instituut in Brussel.

Taalactivist voor gelijke rechten van klinkers: komt op voor de belangen van de klinker-minderheid. Als vier klinkers naast elkaar willen staan, dan moeten ze dat toch zelf weten?

Taalanarchist: elk woord dat ooit is bedacht is fout. Het bedenken van woorden impliceert macht. Macht is fout. Woorden zijn fout. Geweld is de oplossing.

Taalnationalist: alle leenwoorden weg!

Taaljihadist: alleen woorden uit de Koran zijn correct.

Taalzionist: het Joodse volk verdient een eigen taal, binnen het Arabisch.

Taalfeodalist: 90 procent van alle woorden moet al het werk doen, zodat een kleine elite van geestelijke en adellijke woorden niets hoeft te betekenen. De werkende woorden worden later beloond in de woordenhemel.

Taalsociaaldarwinist: zwakke werkwoorden moeten uit de weg worden geruimd zodat sterke werkwoorden nog sterker kunnen worden.

Taalseparatist: de letter F moet een eigen taal krijgen.

Taaljacobinist: de hoofdzin moet met een guillotine van de bijzin worden gescheiden.

Taalmaoïst: alleen woorden die zijn opgeschreven in het rode boekje zijn correct. Ze hebben vaak niet genoeg te eten.

Taalliberaal: in principe mag alles, maar succesvolle mensen krijgen de beste en mooiste woorden.

Taalfascist: was er eigenlijk eerder dan de taalnazi, maar de taalnazi is met alle ideeën aan de haal gegaan. Om zich toch gelijk aan de taalnazi te voelen verklaart-ie om een of andere reden de oorlog aan Griekse leenwoorden.

Taalkubist: de o en de u zijn verboden.

Taalnihilist: legt zich er op cynische wijze bij neer dat hij nooit helemaal foutloos zal schrijven

Taalprimitivist: het is allemaal misgegaan toen we de voltooid verleden tijd begonnen te gebruiken. Wil weer terug naar de tijd van het Proto-Indo-Europees.

Taalietsist: denkt wel dat er iets met letters is, maar vraagt zich af of het taal is.

Taal-NSB’er: verlinkt spelfouten. ‘Hee, hoort die t eigenlijk wel achter die d?’

Taaldrogist: ‘Bent u bekend met de werking van deze woorden?’

Taalbloemist: zolang de woorden worden geschikt tot een kleurrijk geheel, is de taalbloemist blij.

Taalfeminist: strijdt voor gelijke rechten van vrouwelijke woorden.


Uw reactie telt. Juist nu.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *