rifatbangla
Shutterstock / paul prescott

Jongen uit Bangladesh gepest door leeftijdsgenoten omdat hij geen merkkleding naait

Rifat Muntasir (11) heeft het niet makkelijk. Het textielarbeidertje uit Dhaka wordt gepest door zijn leeftijdsgenootjes omdat hij geen merkkleding naait. In plaats daarvan produceert Rifat elf tot dertien uur per dag kleding voor no-name-labels en goedkope discounters.

“Ik kan er ook niets aan doen dat ik geen vette kleding voor Hugo Boss, Adidas of Nike naai, maar alleen voor Wibra of Primark”, zegt de 11-jarige. “Mijn moeder zegt altijd dat merkkleding niet beter is en in dezelfde omstandigheden wordt gemaakt in de sweatshop naast die van ons, maar dat kan de kinderen die daar werken niets schelen.”

Rifat is blij dat zowel hij als zijn pesters niet naar school gaan. “Dus gelukkig kunnen ze me alleen pakken in de korte tijd tussen onze 12-uursdiensten en het moment waarop we uitgeput en hongerig in bed vallen”, verzucht Rifat.

Bengaalse onderwijskundigen adviseren ouders die hun nakomelingen geen baan kunnen bieden in een merkkleding-sweatshop om het zelfvertrouwen van hun kinderen op andere manieren te stimuleren. Een vriendelijk klopje of een paar bemoedigende woorden na de late shift zijn minstens zoveel waard.

Dit artikel verscheen eerder op Der Postillon


Uw reactie telt. Juist nu.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

gravatar

Van betrouwbare, welingelichte kringen uit Bangladesh heb ik mogen vernemen, dat de arbeiders in de fabriek waar Rifat Muntasir werkt, tegen een dagloon een blikje Sprite uit een weigerachtige, oude automaat mag trekken. In de luxe-merkenfabriek krijgt het personeel gratis gezonde dranken, zoals vruchtensappen.

(0)^
• Reageer