De belangrijkste sjoeltermen die wij hebben verzonnen

Niemand kent ze: sjoeltermen. Daarom verzonnen we er een paar. Dit zijn de belangrijkste.

Sjot
Een sjoelsteen.

Frame
Een serie van één tot zes worpen. Nou ja, alle stenen opmaken dan. Beurten als het ware. Of ja, wel van dezelfde persoon dan natuurlijk. Ehm, goed. We gaan hier nog even over nadenken.

Een sjoel
Twee sjotten op elkaar worden een sjoel genoemd. Door onze redactie dan.

Sjalbe
Een fopsteen.

Een thirty-sjoeler
Zonder ook maar één misser alle sjotten in de vakken (hier is gek genoeg door ons geen term voor verzonnen) krijgen. Ook wel een ‘wolf in the pack’ genoemd.

De course
Een sjoelbaan.

Een flip
De polsbeweging die de sjot over de course doet bewegen.

Een kleine Vinexwijk
In ieder vak een degelijk stapeltje van drie sjotten.

Een middelgrote Vinexwijk
In ieder vak een degelijk stapeltje van vier sjotten.

Pralk (meervoud: pralki)
De opening waar de sjotten doorheen geflipt moeten worden.

Ménage à deux
Twee sjotten die tegelijkertijd door twee verschillende pralki glijden.

Eijlen
Iemand inmaken. Vernoemd naar veelvoudig wereldkampioen Dick Eijlers.

Bellysjot
Een sjot dat vanaf iemands buik wordt geflipt.

Baku-Baku
Een van oorsprong Friese dans om de tegenstander te intimideren voorafgaand aan de wedstrijd.

Verklaring omtrent motoriek
Papiertje dat je moet hebben om deel te mogen nemen aan een wedstrijd.

Berkelbrak
Het bruggetje dat twee pralken met elkaar verbindt.

Snorkelaar
Met een zacht boogje en sjot onder de pralk mikken.

Hobbelbak
Hiermee wordt een course ingelegd met kasseien bedoeld. Bron van debat in de sjoelwereld. Hout of kiezels?

Pauze
Korte stop tussen de twee wedstrijdhelften.

Een Fidelaatje
Als de eerste vier sjotten allemaal direct in een ander vak verdwijnen. Vernoemd naar de Cantonese sjoeler Kim Fidela.

Een zondagsflip
Flip waarbij eigenlijk elke kracht dan wel precisie ontbreekt. Veelvoorkomend fenomeen bij een uitzichtloze achterstand.

Angstgegner
Universele term voor een gevreesde tegenstander van wie al vaak verloren is. Ook in het sjoelen.

Pancratiussyndroom
Illusionaire grootheidswaanzin, jezelf Dick Eijlers wanen.

Sjotknaap
Minderjarige jongen die de sjots ophaalt na een frame.

Sjoeleritis
Mentale blokkade waardoor je moeite hebt de flip te voltooien. Een flip kan daardoor wel twee minuten duren.

Pisstraat
Plek waar je kan plassen tijdens de wedstrijd.

Disque de la course
Voorste sjot op de course.

Disque patate
Een sjot die precies tussen het schotje tussen twee pralken komt te liggen.

Sjielper
Iemand die naakt over de course rent.

Sjoel-in-one
In één keer de sjot door de pralk schuiven.

Kutronde
Geen uitleg nodig

Beleef opnieuw het jaar met het betrouwbaarste jaaroverzicht – bestel nu 2019: Nog een jaar

Volg De Speld Sport ook op Instagram voor winnend sportnieuws


Uw reactie telt. Juist nu.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

gravatar

Bijzonder geestig om op jullie redactie met een paar man een weekje te brainstormen om de terminologie van een nieuwe impuls te voorzien, maar als jullie het niet erg vinden, houden wij het graag bij het oude:

Neuken, bibberen, bijslapen, bonken, cohabiteren, coïteren, de geslachtsdaad verrichten, dreutelen, duwen, douwen, een beurt geven, een punt zetten, emmeren, fleppen, flensen, geslachtsgemeenschap hebben, het doen, ketsen, kezen, kieren, minnen, naaien, naar bed gaan met, nemen, pakken, palen, pezen, poepen, poken, pompen, pruimen op sap zetten, rammen, rampetampen, rollebollen, seksen, sjoelen, slapen met, soppen, stoten, van bil gaan, vogelen, vozen, vrijen, wippen.

• Reageer