beijersbergen / Shutterstock.com

CDA geeft meesteronderhandelaar Buma heldenontvangst vanwege Wilhelmus-les 

Paniek bij VVD en D66 na pijnlijke nederlaag

Champagne, een staande ovatie en Kamerleden die huilden van geluk. Zo zag de entree van Sybrand van Haersma Buma bij de fractievergadering van het CDA er vanochtend uit. De partijleider wordt geroemd als meesteronderhandelaar nadat hij de Wilhelmus-les in het regeerakkoord wist te krijgen.

“Ronduit briljant”, snikt Kamerlid Madeleine van Toorenburg vanuit de erehaag voor Buma. “Je gaat de politiek in om het land en de wereld te veranderen, te verbeteren. Natuurlijk hoop je dat er herkenbare punten in het akkoord komen. Maar ik had niet durven dromen dat zo’n essentieel christendemocratisch ideaal daadwerkelijk beleid zou worden. Dat raakt me.”

Heel anders is de stemming bij VVD en D66. Mark Rutte probeert zijn fractie uit te leggen dat hij in ruil voor de Wilhelmus-lessen van Buma een blanco cheque voor de arbeidsmarkt en de zorg heeft gekregen, maar hij wordt overstemd door boegeroep.

“We dachten dat hij een ervaren onderhandelaar was”, klaagt Klaas Dijkhoff. “Maar hij is in de val van Buma getrapt. Het CDA heeft z’n Wilhelmus-les en wij hebben klein bier. Een heel pijnlijke nederlaag.”


Uw reactie telt. Juist nu.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

gravatar

Helemaal mee eens: Nederland moet ‘en masse’ overgaan tot het dragen van witte djellaba’s en baarden voor mannen en zwarte burka’s voor vrouwen; het wordt tijd dat de bokken van de geiten worden gescheiden. DENK’s lijstduwer R.T. Erdogan heeft dit reeds vastgelegd in zijn concept-vijfjarenplan: Tijd voor het Nieuwe Nationalisme onder één vlag, één rijk, één Führer.. Iedereen lid van DENK (of AKP) en als bonus iedereen een AK-47. Dát is pas integreren, dáár houden wij van.

gravatar

Ik heb dit al eens eerde geplaatst en ik hoop dat Buma het nu wel leest:

Speciaal voor meneer Buma heb ik het 6e couplet van het Wilhelmus aangepast:

Mijn schild ende betrouwen
is niet “mijn God”, meneer.
Op Buma kun je bouwen??
Krijg nou het heen en weer!
Republikein wil ‘k blijven
tot onder de grond.
Het vorstenhuis beklijven
is geest’lijk ongezond.

*********************************

Laten we wel wezen:
Erfelijk leiderschap hoort toch echt thuis in de Efteling of een museum.
N.B.
Ik ben wel voor een ander volkslied.
Nog beter alleen een tune of melodie:
Scheelt een hoop valszingen.
😉

• Reageer
gravatar

Keigoed van onze Sybrand. Hij weet wat keibelangrijk is ! Op een kampioenschap van PSV na is het Wilhelmus het belangrijkste wat er is. Een kei van een vent, die Sybrand.

• Reageer
gravatar

weet u toevallig ook of er plannen voor een genderneutrale voetbalcompetitie in het regeerakkoord zijn opgenomen dan mag psv kampioen worden bij de mannen maar dat is vergeleken met een genderneutrale competitie dan ook maar klein bier

gravatar

met genderneutraal voetbal kunnen we in tegenstelling tot het homohuwelijk en het vaag aanspreken van mannen en vrouwen tenminste ook wereldkampioen worden dat zorgt voor meer nationale trots dan een volkslied

gravatar

Het mooiste komt nog!

Ik las net in een uitgelekt document dat Gert-Jan Segers uit het heilige vuur heeft gesleept dat op alle basisscholen ‘s ochtend begonnen wordt met het ‘Onze Vader’!
Islamitische scholen eerst.

Halleluja!!

• Reageer
gravatar

Wat u segt mijn beste,

Na ‘t jarenlanghe prediken van geescht’leyke armoede door met name de liberaele suil vanuijt Den Haeg, komt ‘t gesont versgtant uijteijnd’leyck met de jaren.

Dat hierbij uijtgerekent d’n heer Buma de wensch uijtspreeckt om middelsch eene modaele volksche riedel de eersgte aenzet te geefen geeft te denken, maer ondanksch sijn motieven sou d’n heer Segers dit moeten aenghrijpen om onsche jeugt eenighe verdiepingh in hun door God geschapen bestaen ende welzijn aen te reijken.

Voortsch dient met d’n aerdsche ruif sorgvuldigh ende respectvol te worden omgegaen, waerbij elck siel evenveel regt heeft op eene waerdigh bestaen.

gravatar

Onbekende Staatsman: áls u citeert, moet u het wel goed doen: de fameuze laatste woorden waren: “Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de mon pauvre peuple”. Het Nederlands was -toen al- tweede taal NT2

gravatar

So die wil van die Here was op daardie tyd, het ek soos om tye van swaar temp hierdie am eest. Maar die Here van alle ding bo, wat regeer, daardie een moet altyd prys, en het nie iets.

gravatar

Wat moet het voor Buma toch heerlijk zijn te beseffen dat immigranten die geslaagd zijn voor de inburgeringscursus hun nieuwe landgenoten maar wat graag willen helpen bij het instuderen van het eigen volkslied. Aan het einde van het komende schooljaar zal Buma claimen dat door zijn voorzienigheid de integratie volledig in geslaagd.

• Reageer
gravatar

Tja welke hoon is er nog van voldoende kaliber, als men bij de informatie gaat micro managen op het onderwijs (waar we even over de prangende problemen heen stappen) om een 18e eeuws stukje symbolisch nationalisme door onzer kinderen strotjes te douwen..

Ik roep op tot een algemene weigering onder docerend personeel!

• Reageer
gravatar

Wat wordt hier nou een over drukte gemaakt?
Toch een fijne tekst?
Goed lied, lekker kort. Wie kan hier nou prikogen van krijgen?

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lijf ende goed tezamen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders, hoog van namen
hebben ‘t u ook vertoond
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in ‘t eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vrezen
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar Dijn,
dat zij mij niet verrassen
in haren bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na ‘t zuur zal ik ontvangen
van God, mijn Heer, het zoet,
daar na zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
welk is, dat ik mag sterven
met ere in het veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een prins opgezeten
met mijner heireskracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig in dat veld.

Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.

Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,
‘t zal hier haast zijn gedaan.

Voor God wil ik belijden
en Zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in den gerechtigheid.

• Reageer
gravatar

Maar eigenlijk is dit maar modernistische onzin.
Bet is het de enige echte originele tekst te leren!

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen Bloedt,
Den Vaderland ghetrouwe
Blijf ick tot inden doet;
Een Prince van Orangien
Ben ick vry onverveert.
Den Coninck van Hispangien
Heb ick altijt gheeert.

In Godes vrees te leven
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Land, om Luyd ghebracht:
Maer Godt sal my regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick sal wederkeeren
In mijnen Regiment.

Lijdt U, mijn Ondersaten,
Die oprecht zijn van aert,
Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven,
Bidt Godt nacht ende dach.
Dat Hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.

Lijf ende goed al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn Broeders, hooch van Namen,
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven,
In Vrieslandt in den Slach,
Sijn siel int eewich leven
Verwacht den jonghsten dach.

Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren,
Als een vroom Christen-man,
Voor Godes Woort ghepreesen,
Heb ick vrij onversaecht,
Als een helt zonder vreesen
Mijn edel bloet gewaecht.

Mijn schilt ende betrouwen
Zijt ghy, O Godt, mijn Heer.
Op U soo wil ick bouwen,
Verlaet my nimmermeer;
Dat ick doch vroom mag blijven
U dienaer t’aller stond
Die tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.

Val al die my beswaren,
End mijn vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verasschen
In haeren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Als David moeste vluchten
Voor Saul den tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich edelman:
Maer Godt heeft hem verheven,
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijck ghegheven
In Israël, seer groot.

Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt, mijn Heer, dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn vorstelick ghemoet,
Dat is, dat ick mag sterven
Met eeren, in dat velt,
Een eeuwich rijk verwerven
Als een ghetrouwe helt.

Niets doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks landen goet,
Dat ud de Spaengiaerts crencken,
O edel Neerlandt soet,
Als ick daeraen ghedencke,
Mijn edel hert dat bloet.

Als een Prins opgheseten
Met mijnes heyres cracht,
Van den tyran vermeten
Heb ick den slach verwacht,
Die, by Maestricht begraven,
Bevreesde mijn ghewelt;
Mijn ruyters sach men draven
Seer moedich door dat velt.

Soo het den wil des Heeren
Op die tijt had gheweest,
Had ick geern willen keeren
Van u dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert,
Die men altijt moet loven,
En heeftet niet begeert.

Seer christlick was ghedreven
Mijn princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat Hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen oircont.

Oorlof mijn arme schapen,
Die zijt in grooten noot.
U Herder sal niet slapen,
Al zijt ghy nu verstroit:
Tot Godt wilt u begheven,
Sijn heylsaem woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Voor Godt wil ick belijden
End sijner grooter macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere,
Der hoochster Majesteyt,
Heb moeten obedieren,
In der gherechticheyt.