Shutterstock

Denken we echt dat kinderen door de Kinderboekenweek opeens meer boeken gaan schrijven?

Al sinds 1955 is de Kinderboekenweek heilig in Nederland. Maar als we heel eerlijk zijn, wordt het toch echt tijd om ons af te vragen of kinderen sinds de invoering ervan daadwerkelijk meer boeken zijn gaan schrijven.

De cijfers daaromtrent zijn zorgwekkend. Als we kijken hoeveel boeken er in de weken na een Kinderboekenweek verschijnen van de hand van kinderen in de categorie nul tot twaalf jaar, dan is de opbrengst ronduit karig te noemen. Kijken we bijvoorbeeld naar het jaar 2020, dan zijn het voornamelijk volwassenen die boeken produceerden. In 2019? Hetzelfde. En zo is het eigenlijk altijd al gegaan.

Literair journalist Miriam ter Neuze deed onderzoek naar de Kinderboekenweek. Ze interviewde kinderen naar hun voorkeuren en of ze verwachten dat ze door de Kinderboekenweek sneller geneigd zouden zijn om voor het slapengaan nog even de typemachine erbij te pakken. Meestal kreeg ze antwoorden als ‘Dat is iets voor later’ of ‘Heb je geen smartphone, trut?’

Ter Neuze: “Laten we vooropstellen: de bedoelingen zijn allemaal goed. Maar wat er gebeurt in zo’n Kinderboekenweek, is dat kinderen vooral uitgelegd wordt wat een boek is. Er is werkelijk niemand die op het idee komt om zo’n kind ook even uit te leggen hoe je er zelf een schrijft. Willen we echt dat kinderen massaal aan het publiceren gaan, dan moeten we uit een ander vaatje tappen.”

Wat we volgens Ter Neuze in ieder geval niet moeten doen, is op dezelfde manier blijven aanmodderen. “Zeker gezien alle moeite die erin gestoken wordt, zijn de cijfers ronduit gênant te noemen. Er is nota bene nog nooit een kind zelf dat het kinderboekenweekgeschenk heeft geschreven.”


Uw reactie telt. Juist nu.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.